De eerste civielrechtelijke bestuursverboden zijn opgelegd

Het heeft ruim twee jaar geduurd, maar nu is het dan zover: de eerste bestuursverboden zijn ingeschreven in het register van de Kamer van Koophandel. De Wet civielrechtelijk bestuursverbod is in juli 2016 in werking getreden en biedt de mogelijkheid om bestuurders een bestuursverbod op te leggen met een maximale termijn van 5 jaar.

Op grond van artikelen 106a tot en met 106e in de Faillissementswet is het mogelijk om bij faillissementen, die na 1 juli 2016 zijn uitgesproken, een bestuursverbod op te leggen, indien er sprake is van bestuurdersaansprakelijkheid, paulianeus handelen, informatie- en medewerkingsverplichtingen, repeterende faillissementen en/of vergrijpboetes.

De Rechtbank Den Haag heeft op 13 juni 2018 uitspraak gedaan in een zaak betreffende faillissementsfraude, waarbij de bestuursverboden zijn opgelegd op grond van vastgelegde bestuurdersaansprakelijkheid. De curator heeft strafrechtelijk aangifte gedaan tegen de bestuurders, omdat zij niet meewerkten aan de afwikkeling van het faillissement en het vermoeden aanwezig was dat zij goederen hadden verduisterd.

De rechter heeft naar aanleiding van bovenstaande een bestuursverbod opgelegd van de maximale duur van 5 jaar. De bestuurder aan wie het bestuursverbod is opgelegd kan, na het onherroepelijk worden van de uitspraak, niet tot bestuurder of commissaris worden benoemd van een rechtspersoon, zoals vereniging, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij, naamloze vennootschap, besloten vennootschap en stichting met statutaire zetel in Nederland.

Een dergelijk verbod wordt gepubliceerd in een register van de Kamer van Koophandel, welke voor iedereen toegankelijk is. Inmiddels is het vonnis van de rechter uit Den Haag onherroepelijk geworden en zijn de desbetreffende bestuurders de eerste ingeschrevenen.