Kritiekpunten op het Wetsvoorstel modernisering personenvennootschappen.

‘’Het huidige personenvennootschapsrecht dient gemoderniseerd te worden’’. Daarmee openen de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) en de Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht (GCV) hun advies over het Wetsvoorstel modernisering personenvennootschappen. Dit Wetsvoorstel is in consultatie gegeven op 21 februari 2019. In een notendop bepaalt het Wetsvoorstel dat iedere personenvennootschap rechtspersoonlijkheid verkrijgt. Om rechtspersoonlijkheid te verkrijgen, is het niet verplicht om langs de notaris te gaan of om de vennootschap in te schrijven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Voor een verdere uitleg over de inhoud van het Wetsvoorstel, verwijs ik graag naar onze eerdere blog van 22 maart 2019. Hoewel de KNB en de GCV de noodzaak van modernisering van het personenvennootschapsrecht erkennen, hebben zij nog enkele opmerkingen ten aanzien van het Wetsvoorstel.

De KNB stuit vooral op het ontbreken van notariële waarborgen bij de personenvennootschap. Voor het ontstaan van een personenvennootschap is volgens de nieuwe regels van het Wetsvoorstel geen notariële akte nodig. Het ontbreken van een notariële akte komt de rechtszekerheid en rechtsbescherming niet ten goede, aldus de KNB. Hierdoor zal ook het voorkomen van fraude en misbruik bemoeilijkt worden. Hetzelfde geldt in de gevallen van ontbinding en vereffening van de personenvennootschap, een fusie of splitsing en ook de omzetting van de personenvennootschap in een andere rechtsvorm.

In het Wetsvoorstel is de keuze voor inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel overgelaten aan de personenvennootschap. Aan niet-inschrijving kleeft de consequentie dat de personenvennootschap geen registergoederen kan verkrijgen of als erfgenaam kan optreden. De GCV vindt dat iedere vennootschap zich dient in te schrijven in het handelsregister. Inschrijving in het handelsregister bewijst het bestaan van de vennootschap en de wijze van vertegenwoordiging van de vennootschap. Daarnaast is een bewijs van inschrijving in het handelsregister vaak nodig in de praktijk, bijvoorbeeld bij het openen van een bankrekening. Daardoor verwacht de GCV dat het niet vaak zal voorkomen dat een vennootschap niet ingeschreven zal zijn. Verplichte inschrijving is daarom een logische stap.