Van Brexit naar een exit voor de grensoverschrijdende fusie tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk?

Wat eerst nog zo ver weg leek te zijn, komt steeds dichterbij. Eind volgende maand staat de Brexit op de agenda. Hoe de relatie tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk er dan precies uit komt te zien, is op dit moment nog niet duidelijk. De nieuwe verhoudingen zullen ingekleurd worden door de concrete afspraken die gemaakt gaan worden. Wat wel duidelijk is, is dat de Brexit voor Nederland grote gevolgen zal hebben op het gebied van het grensoverschrijdend vennootschapsrecht.

Op dit moment zijn Nederland en het Verenigd Koninkrijk lidstaten van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Uit artikel 49 in combinatie met artikel 54 van dit verdrag blijkt dat er tussen vennootschappen van verschillende lidstaten vrijheid van vestiging bestaat. Diverse malen heeft het Europese Hof van Justitie zich gebogen over grensoverschrijdende fusies en de vrijheid van vestiging. Hieruit blijkt dat een vennootschap naar het recht van de ene lidstaat kan fuseren met een vennootschap naar het recht van de andere lidstaat. De nationale regelgeving van lidstaten omtrent grensoverschrijdende fusie is op deze Europese regelgeving gebaseerd.

Na de Brexit zal het Verenigd Koninkrijk niet meer gelden als lidstaat bij het VWEU. Dat betekent dat er geen sprake meer zal zijn van vrijheid van vestiging tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk en het daarop gebaseerde nationale recht. Grensoverschrijdende fusie zal moeten plaatsvinden naar de regels van het internationale privaatrecht. Het probleem is echter dat de Nederlandse wetgeving een grensoverschrijdende fusie op grond van het internationale privaatrecht niet toelaat.

De oplossing lijkt simpel: nieuwe wetgeving ontwerpen die zo’n fusie wel mogelijk maakt. Dat is inderdaad een optie, maar het is een lange procedure om nieuwe wetgeving te implementeren. Tot die tijd zal een fusie tussen een vennootschap in Nederland en een vennootschap in het Verenigd Koninkrijk niet mogelijk zijn.
Hoe zit het dan met de al bestaande samenwerkingen tussen een vennootschap uit Nederland en een vennootschap uit het Verenigd Koninkrijk? Op grond van de eerder genoemde vrijheid van vestiging is het op dit moment mogelijk dat een vennootschap haar activiteiten uitvoert in een andere lidstaat. Een vennootschap uit het Verenigd Koninkrijk kan bijvoorbeeld gebruik maken van een UK limited met een vestiging in Nederland. Op grond van de Wet formeel buitenlandse vennootschappen (Wfbv) mag Nederland geen aanvullende eisen stellen aan de inschrijving van die vestiging. Vennootschappen waarop het recht van de Europese Unie van toepassing is, vallen namelijk niet onder de reikwijdte van de Wfbv.

Na de Brexit kunnen de vennootschappen uit het Verenigd Koninkrijk zich niet meer op de vrijheid van vestiging beroepen en zullen zij dus onder de reikwijdte van de Wfbv vallen. De inschrijving van de vestiging van de UK limited zal dan wél moeten voldoen aan de in de Wfbv gestelde eisen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het deponeren van diverse stukken bij het handelsregister. De gevolgen van het niet naleven van de regels uit de Wfbv zijn niet mals en kunnen zelfs leiden tot hoofdelijke aansprakelijkheid van bestuurders. Het is daarom van groot belang dat iedereen die te maken heeft met een vennootschap uit het Verenigd Koninkrijk zich verdiept in de veranderingen die zullen spelen na de Brexit.